anker
de europese handel
Concurrentie tussen Europeanen
Door de opkomst van het protestantisme in noordelijk Europa werd het voor de noordelijke landen moeilijker om met de katholieke landen in zuidelijk Europa handel te drijven. Er ontstond zelfs oorlog tussen de katholieke en protestantse landen in de tweede helft van de 16de eeuw, waardoor de handel kwam stil te liggen.
Voor de protestantse landen was het zaak om de zuidelijke landen te beroven van hun lucratieve overzeese handel en er zelf van te profiteren. Vlaamse, Brabantse en Hollandse kooplieden in Amsterdam richtten vele handelscompagnieŽn op om de kosten bijeen te brengen voor de uitrusting van handelsschepen naar AziŽ.
Deze verdeeldheid was de Hollandse raadpensionaris Johan van Oldenbarneveld een doorn in het oog. In 1602 beval hij de kooplieden de krachten te bundelen in ťťn compagnie, die het alleenrecht kreeg toebedeeld om in AziŽ handel te drijven en kolonies te stichten.

Vereenigde Oost-Indische Compagnie

Op 20 maart 1602 werd de Vereenigde Oost-Indische Compagnie opgericht.
Bedrijven uit zes steden deden mee: Enkhuizen, Hoorn, Amsterdam, Rotterdam, Delft en Middelburg.

Oorlog en veroveringen
Voordat de VOC in Azië kwam, hadden de Portugezen al een netwerk van kantoren opgezet in het gebied.
Omdat Nederland in oorlog was met Spanje en Portugal probeerde de VOC de Portugezen te verdrijven.
Ook bezette de VOC gebieden en onderdrukte ze de lokale bevolking.
Handel
De handel in kruiden en specerijen was erg winstgevend, maar het meeste geld werd verdiend door in Azië zelf te handelen. De VOC verkocht en ruilde goederen tussen India, China, Japan, de Molukken en Java. Zoals: textiel, zijde stoffen en goud!
Toch bleef het handelsvolume beperkt tot enkele schepen per jaar en oversteeg het totaal aantal schepen van de VOC in Azië nooit de tientallen. Het was de handelswinst in Europa die telde, en niet de dominantie op de Aziatische markt.

De eerste multinational
De VOC werd de grootste en eerste multinational van de wereld. De VOC had wel dertig kantoren in Azië, die werden 'factorijen' genoemd.
De belangrijkste waren op de Molukken, Ceylon (Sri Lanka) en Java. Zo'n factorij was vaak niet meer dan een klein kantoortje, maar soms ook zo groot als een hele stad, zoals Batavia (Jakarta). In totaal werkten 15.000 tot 25.000 mensen voor de VOC in Azië.
Bron tekst: Vooraan, Hendrik Bosman, augustus 2002