anker
historie van de voc


De handel met Azië is in de zestiende eeuw een Portugese aangelegenheid.
Ondernemende Hollandse kooplieden zien in de directe handel met Azië enorme mogelijkheden.
Tussen 1596 en 1602 worden door allerlei compagnieën tientallen expedities naar Azië uitgevoerd.

De onderlinge concurrentie is moordend.
In 1602 dwingt de Staten-Generaal de kooplieden tot samenwerking en wordt de Verenigde Oost–Indische Compagnie opgericht.
De VOC mag als enige bedrijf handel drijven op de Oost.
De VOC wordt gerechtigd om in naam van de Staten-Generaal met vorsten overeenkomsten te sluiten, forten te bouwen, oorlog te voeren en lokale besturen te installeren.


Gezicht op Batavia

De VOC kreeg kantoren in zes Hollandse en Zeeuwse steden: Amsterdam, Rotterdam, Delft, Hoorn, Enkhuizen en Middelburg.
Een kamer werd bestuurd door bewindhebbers, dat was een per kamer vast getal personen.
In iedere kamer kozen de bewindhebbers twee- of driemaal per jaar een aantal afgevaardigden die in Amsterdam of Middelburg aan vergaderingen ter bepaling van het centrale beleid deelnamen.
In dit college, de Heren XVII, hadden acht Amsterdamse bewindhebbers, vier Zeeuwse en één uit elk der kleinere kamers zitting. Het zeventiende lid werd bij toerbeurt door Zeeland of één der kleinere kamers geleverd. Amsterdam had zodoende geen doorslaggevende stem.

Amsterdamse bewindhebbers in vergadering met stadhouder Willem V in 1771
Detail van een prent van J. Smit naar een tekening van S. Fokke
Nederlands Scheepvaartmuseum


De VOC heeft bijna twee eeuwen bestaan.
De sporen van de VOC zijn nog op talloze plaatsen te ontdekken.